UW HUISPERSONEEL

EEN ARBEIDSONGEVALLENVERZEKERING

Huishoudelijke arbeid was goedkoop omdat deze arbeid niet onder toepassing van de sociale zekerheid viel. Zo betaalde de werkgever geen werkgevers- en werknemersbijdragen. De werknemer zelf had bijgevolg geen recht op een uitkering in geval van ziekte, werkloosheid of pensionering. De voorwaarde was dat het ging om huishoudelijke arbeid voor de privébehoeften van een gezin, gedurende maximaal 4 uur per dag en maximaal 24 uur per week.

 

Vanaf 1 oktober 2014 is dit veranderd en is de wetswijziging in voege getreden betreffende de tewerkstelling van Huispersoneel. Hierbij valt alle manuele huishoudelijke arbeid onder de toepassing van de sociale zekerheid. Dit betekent dat elke burger die huispersoneel tewerkstelt voor huishoudelijke prestaties van overwegend manuele aard (kuisen, strijken, wassen, tuinhulp,…), nu als werkgever wordt beschouwd en dit ongeacht de omvang van deze prestaties of het aantal gepresteerde uren per week.

 

Er wordt enkel een uitzondering voorzien voor niet-manuele occasionele arbeid gedurende maximaal 8 uur per week (niet-manuele arbeid = babysitten, gezelschap houden, boodschappen doen en begeleiden van personen; occasioneel = vrijblijvend, niet geregeld). Ook het huishoudelijk werk dat via dienstencheques wordt vergoed, vallen dus niet onder deze nieuwe regelgeving. Deze werknemers genieten immers nu al een volledige sociaalrechtelijke bescherming.

 

Deze nieuwe wet wil eigenlijk zeggen dat je :

  • je zal moeten inschrijven als werkgever bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  • aangifte zal moeten doen van alle personeel dat je tewerkstelt via de Dimona-aangifte;
  • de nodige sociale bijdragen aan de RSZ moet storten;
  • je een arbeidsongevallenverzekering moet afsluiten.